Armhuiszittend Convent (Lamme Huininge gasthuis)
Introductie
Het Armhuiszittend Convent, in de volksmond beter bekend als het Lamme Huininge gasthuis, is een van de oudste en meest verborgen hofjes in het hart van de stad Groningen. Gelegen aan de A-Kerkstraat, op een steenworp afstand van de A-kerk, biedt dit hofje een zeldzame blik op eeuwenoude liefdadigheid en gemeenschapszin. Achter een sobere poort gaat een oase van rust schuil die een schril contrast vormt met de levendige binnenstad. Het hofje is het resultaat van een fusie van drie middeleeuwse gasthuizen en vertelt een gelaagd verhaal over de zorg voor de armen en de geschiedenis van de stad.
Beschrijving
Het Armhuiszittend Convent is een klassiek hofje, bestaande uit zeventien kleine woningen die zijn gerangschikt rondom een serene, groene binnentuin. De toegang vanaf de A-Kerkstraat is bescheiden en kan gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Eenmaal door de poort openbaart zich een wereld van stilte. De tuin, met zijn goed onderhouden gazon, bloemperken en oude bomen, vormt het sociale en visuele middelpunt van het complex. De huisjes zijn eenvoudig van opzet en stralen een ingetogen charme uit. Ze zijn ontworpen met het oog op functionaliteit voor de oorspronkelijke bewoners: alleenstaande, arme vrouwen. Het geheel ademt een sfeer van beslotenheid en rust, een plek waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Het hofje fungeert nog steeds als woonruimte, wat bijdraagt aan de levende, authentieke sfeer.
Geschiedenis
De geschiedenis van het Armhuiszittend Convent is complex en gaat terug tot de vroege 15e eeuw. Het is het resultaat van de samenvoeging van drie afzonderlijke gasthuizen in 1671:
1. Het Lamme Huininge gasthuis (1405): Dit was het oudste van de drie, gesticht door de verlamde ("lamme") vrouw Huininga. Zij liet haar vermogen na om een tehuis te stichten voor acht arme vrouwen. Haar bijnaam werd onlosmakelijk met het gasthuis verbonden.
2. Het St. Annengasthuis (1409): Gesticht als opvang voor dertien armlastige personen.
3. Het Geertruidsgasthuis (1425): Bood eveneens onderdak aan de armen van de stad.
In de 17e eeuw bleken deze kleine, zelfstandige gasthuizen financieel en organisatorisch niet langer levensvatbaar. In 1671 besloot het stadsbestuur de drie instellingen te fuseren tot de "Verenigde Gasthuizen". De nieuwe instelling werd gevestigd op de huidige locatie aan de A-Kerkstraat, op het terrein van het voormalige Jacobijnenklooster. De naam "Armhuiszittend Convent" verwijst naar de doelgroep: de "huiszittende armen". Dit waren armen die, in tegenstelling tot bedelaars op straat, hun armoede binnenshuis leden en als ‘fatsoenlijk’ werden beschouwd. Het woord 'convent' duidt op de gemeenschap van vrouwen die er woonden. Door de eeuwen heen behield het hofje zijn functie als sociale woonvoorziening. In de jaren '70 van de 20e eeuw werd het complex grondig gerenoveerd om aan moderne woonstandaarden te voldoen.
Architectuur
De architectuur van het Armhuiszittend Convent is sober en functioneel, kenmerkend voor liefdadigheidsinstellingen uit die periode. De woningen zijn opgetrokken uit rode baksteen en hebben een eenvoudige, uniforme uitstraling. De nadruk ligt niet op decoratie, maar op het bieden van een veilige en beschutte leefomgeving. De gebouwen vormen een U-vorm rond de binnentuin, wat het gevoel van een afgesloten gemeenschap versterkt.
Een bijzonder architectonisch detail zijn de twee gevelstenen die boven de ingang zijn ingemetseld. Deze stenen vertellen het verhaal van de oorsprong van het hofje.
- De linkersteen is afkomstig van het Lamme Huininge gasthuis en toont een afbeelding van de stichteres, een verlamde vrouw in een stoel of kar.
- De rechtersteen komt van het St. Annengasthuis en beeldt de Heilige Anna af met haar dochter Maria.
Deze gevelstenen fungeren als een visuele herinnering aan de rijke, samengevoegde geschiedenis van het convent. De poort zelf is eenvoudig en onopvallend, ontworpen om de privé-sfeer van de bewoners te waarborgen.
Bezoekersinformatie
- Adres: Akerkstraat 22, 9712 BG Groningen
- Toegankelijkheid: Het Armhuiszittend Convent is een particulier wooncomplex. De binnentuin is daarom niet vrij toegankelijk voor het publiek om de privacy van de bewoners te respecteren.
- Wat te zien: De karakteristieke gevel met de historische gevelstenen is vanaf de straat goed te bezichtigen. Soms staat de poort op een kier, wat een korte blik naar binnen gunt, maar het is niet de bedoeling het terrein te betreden.
- Tip: Benader het hofje met respect. Maak geen lawaai en fotografeer de bewoners niet. De schoonheid van deze plek zit hem juist in de stilte en de ongerepte sfeer.
Leuke Weetjes
- De term "huiszittende armen" was een officiële categorie in de historische armenzorg. Het onderscheidde de ‘stille armen’ van de publieke bedelaars, en zij ontvingen vaak steun in hun eigen woning of in een gasthuis als dit.
- De locatie van het hofje is historisch beladen. Het is gebouwd op de grond van het Jacobijnenklooster, een belangrijk Dominicaans klooster dat na de Reformatie in 1594 werd afgebroken.
- Hoewel de drie gasthuizen in 1671 fuseerden, bleven ze administratief nog lang als aparte entiteiten bestaan binnen de nieuwe stichting.
- De functie van het hofje is al meer dan 600 jaar onveranderd: het bieden van betaalbare huisvesting aan mensen met een kleine beurs, een van de oudste voorbeelden van sociale woningbouw in Nederland.