Het Pieternellagasthuis is een historisch gasthuis en hofje in de stad Groningen. Het complex bevindt zich in de Grote Leliestraat, in het noordelijke deel van de binnenstad dat bekendstaat als de Hortusbuurt. Deze wijk herbergt van oudsher een hoge concentratie aan gasthuizen en hofjes. Het Pieternellagasthuis, gelegen op nummer 34, functioneert tot op de dag van vandaag als woonlocatie en biedt een helder inzicht in de negentiende-eeuwse Groningse sociale geschiedenis en liefdadigheid.
Beschrijving
Het Pieternellagasthuis is opgezet als een beschutte woonomgeving rondom een centrale, gemeenschappelijke binnentuin. Het complex bestaat uit een reeks geschakelde woningen die gegroepeerd zijn rond een groen binnenterrein. De toegang vanaf de Grote Leliestraat verloopt via een monumentale poort die is afgesloten met een gesmeed ijzeren hek. Eenmaal binnen treft men een tuin aan met grasvelden, bomen en diverse planten. In deze binnentuin bevindt zich tevens een kunstwerk dat herinnert aan de oprichtster van het hofje. Aan de achterzijde van het terrein is het historische pakhuis Albion zichtbaar, wat bijdraagt aan het historische karakter van de locatie. Tegenwoordig worden de woningen beheerd door een stichting en bewoond door particulieren, waardoor de oorspronkelijke functie van rustig wonen in een gedeelde omgeving behouden is gebleven.
Geschiedenis
De geschiedenis van het gasthuis begon in 1870, toen Ludewé Vink besloot een gasthuis te stichten. Vink was de weduwe van Antoni Janson en had daarvoor twee eerdere echtgenoten overleefd: Fokko Knijpinga en diens broer Willem Knijpinga. Tevens had zij haar twee kinderen uit haar eerste huwelijk verloren, haar zoon Pieter en haar dochter Pieternella. Het gasthuis werd gesticht ter nagedachtenis aan haar drie overleden echtgenoten en haar twee vroegtijdig overleden kinderen, aan wie het gasthuis zijn naam ontleent.
In 1871 kocht Ludewé Vink een perceel aan de Grote Leliestraat, destijds voorzien van een woonhuis, een stal en een grote tuin. In 1873 liet zij de bestaande opstallen slopen om ruimte te maken voor de bouw van de eerste 21 kleine woningen. Na het overlijden van Vink in 1877 werd de stichting van het gasthuis officieel bekrachtigd door de testamentair aangewezen voogden, die in december 1877 een reglement van orde opstelden.
Het gasthuis stelde destijds strenge eisen aan de bewoners. Men diende lidmaat te zijn van de Hervormde gemeente en een voorbeeldige levenswandel te leiden. Dit betekende dat overlast en alcoholgebruik strikt verboden waren; overtreding kon leiden tot het inhouden van de wekelijkse uitkering of zelfs uitzetting uit het complex door de beheerders. Omdat de laatste echtgenoot van de stichtster reder was in Emden en haar eigen vader schipper was geweest, kregen schippers en zeelieden bij de toewijzing expliciet voorrang. In de loop van de twintigste eeuw zijn deze strikte toelatingscriteria geleidelijk versoepeld, hoewel het bestuur nog altijd de toewijzing van de woningen reguleert.
Architectuur
Het complex vertoont een gelaagde bouwgeschiedenis die representatief is voor de negentiende- en vroeg-twintigste-eeuwse architectuur. De voorgevel aan de Grote Leliestraat stamt uit 1872 en geniet de status van rijksmonument onder monumentnummer 18465. Deze gevel bestaat uit twee vleugels van respectievelijk vijf en zes venstertraveeën, gesitueerd aan weerszijden van de halfronde ingangspoort. Deze poort wordt bekroond door een classicistisch timpaan. In de poortopening hangt een gesmeed ijzeren hekwerk. Aan de hofzijde hebben de woningen traditionele zesruitsvensters.
De rest van het complex is aangewezen als gemeentelijk monument. Na de initiële bouw breidde het gasthuis zich herhaaldelijk uit. In 1878 werden na de aankoop van extra grond aan de straatzijde vier woningen en een overdekte poort toegevoegd. In 1895 en 1906 volgde de bouw van nog eens elf woningen aan de oostzijde van het terrein. In de eerste decennia van de twintigste eeuw vonden verdere uitbreidingen en moderniseringen plaats aan de Grote Leliestraat en de nabijgelegen Havenstraat. Voor deze nieuwbouwprojecten werden destijds bekende architecten aangetrokken: G. Hoekzema Kzn ontwierp gebouwen in de periode 1914–1915, waarna Evert van Linge in 1935 en zijn medewerker G. Bosma in 1940–1941 eveneens ontwerpen leverden voor uitbreidingen binnen het complex.
Bezoekersinformatie
Het Pieternellagasthuis is gelegen aan de Grote Leliestraat 34, 9712 SX in Groningen. De locatie bevindt zich in de Hortusbuurt, op loopafstand van de Groningse Grote Markt en de Martinitoren. Vanaf het Hoofdstation Groningen is het complex te voet of per fiets eenvoudig te bereiken. Omdat het gasthuis nog altijd een actieve woonfunctie heeft en de woningen particulier worden bewoond, is de binnentuin niet ingericht voor grootschalig toerisme. Bezoekers wordt nadrukkelijk verzocht de rust en de privacy van de bewoners te respecteren. Geïnteresseerden kunnen de historische voorgevel vanaf de openbare weg bezichtigen. Bij een geopende poort is een korte blik op de binnentuin mogelijk, mits men stilte in acht neemt en het terrein niet ongevraagd betreedt.
Leuke Weetjes
- Het gasthuis staat lokaal ook bekend onder de naam 'Schippersgasthuis', vanwege de historische voorrangsregeling voor zeelieden en hun gezinnen bij de toewijzing van een woning.
- In de binnentuin staat een zwart granieten buste van oprichtster Ludewé Vink. Dit kunstwerk is ontworpen door John Boetes, een kunstenaar die zelf in het Pieternellagasthuis woonde. Hij maakte het ontwerp in cement, waarna het in het Indiase beeldhouwersdorp Mahabalipuram uit zwart graniet werd gehouwen door lokale handwerkers.
- De historische sancties voor onrustige bewoners waren streng: bij aanhoudende ruzies of drankmisbruik verloren bewoners direct hun wekelijkse toelage en konden de administrateuren hen uit het gesticht verwijderen.