Het Heiligen Geest- of Cornelis Spronghof is een historisch hofje in de binnenstad van Leiden, gelegen op de hoek van de Doezastraat en het Rapenburg. Dit rijksmonumentale complex met het adres Doezastraat 1a is een representatief voorbeeld van een particuliere charitatieve instelling uit het verleden. Het hofje biedt een inkijkje in de geschiedenis van de Leidse armenzorg en de ontwikkeling van de lokale architectuur door de eeuwen heen. Oorspronkelijk opgericht aan de Breestraat, heeft het hofje wegens stedelijke ontwikkelingen en historische gebeurtenissen een nieuwe plek gekregen in de stad, waar het tot op de dag van vandaag zijn historische karakter heeft behouden.
Beschrijving
Het Cornelis Spronghof, ook bekend als het Heilige(n) Geesthofje, is een gesloten hofje dat bestaat uit meerdere woningen gegroepeerd rondom een binnenterrein. Het huidige complex omvat zestien woningen (Heiligen Geesthofje 1 tot en met 16) met het hoofdadres aan de Doezastraat 1a. Het hofje is ontworpen als een rustige, afgesloten woonomgeving, wat kenmerkend is voor de Nederlandse hofjestraditie. Het binnenterrein beschikt over een centrale tuin en een historische waterpomp. De gebouwen zijn verdeeld over vier bouwvolumes die het binnenterrein omsluiten. De hoofdingang bevindt zich aan de Doezastraat, terwijl een van de zijgevels is georiënteerd op het Rapenburg. Het complex is aangewezen als rijksmonument onder monumentnummer 515116 en maakt deel uit van het beschermde stadsgezicht van Leiden. Het hofje wordt beheerd door regenten en functioneert nog altijd als een actieve woonlocatie.
Geschiedenis
De geschiedenis van het hofje begint in de zeventiende eeuw met de stichter Cornelis Sprongh van Hoogmade. Sprongh, geboren rond 1640 in Leiden als zoon van Tijmannis Sprongh en Beatris van der Graft, behoorde tot een welgestelde katholieke familie uit Katwijk. In 1664 huwde hij Johanna Maria Wittert, maar dit huwelijk bleef kinderloos. Na het overlijden van zijn echtgenote bleef Sprongh als kinderloze weduwnaar achter. In 1690 erfde hij een woning aan de Breestraat en kocht later het aangrenzende pand erbij.
In 1690 bepaalde hij in zijn testament dat zijn woonhuis na zijn overlijden verbouwd en bestemd moest worden tot een hofje voor zeven behoeftige, oudere vrouwen van boven de vijftig jaar, gespecificeerd als weduwen of ongehuwde vrouwen ("vrijsters"). Cornelis Sprongh overleed kort voor 1706, waarna de bouw van het hofje aan de Breestraat van start ging. Het werd tussen 1706 en 1712 gerealiseerd en in gebruik genomen. De woning van Sprongh aan de Breestraat had een gevelsteen met een duif die verwees naar de Heilige Geest, wat de alternatieve naam van het hofje verklaart.
In de loop van de negentiende eeuw raakten de gebouwen aan de Breestraat ernstig in verval. De regenten van het hofje besloten daarop naar een nieuwe locatie te zoeken. Tegelijkertijd was er in Leiden grond beschikbaar gekomen als gevolg van de buskruitramp van 12 januari 1807. Een kruitschip ontplofte destijds in de nabijgelegen gracht, waardoor een groot deel van de wijk werd weggevaagd. Op een deel van deze vrijgekomen grond, op de hoek van de Doezastraat (destijds de Koepoortsgracht) en het Rapenburg, lieten de regenten tussen 1850 en 1852 een nieuw hofje bouwen. De oude locatie aan de Breestraat werd verkocht, waarna op die plek later de Sociëteit Minerva werd opgericht.
In de vroege twintigste eeuw bleek het hofje opnieuw aan vernieuwing en uitbreiding toe. Tussen 1920 en 1926 werd het complex in twee fasen grondig verbouwd en gedeeltelijk herbouwd naar het huidige ontwerp. Hierbij werd het aantal woningen uitgebreid om aan de moderne eisen van die tijd te voldoen en meer bewoonsters te kunnen huisvesten.
Architectuur
Het huidige uiterlijk van het Heiligen Geest- of Cornelis Spronghof is het resultaat van de verbouwingen in de jaren twintig van de twintigste eeuw. De Leidse architecten Leo van der Laan en Jan van der Laan (L. en J.A. van der Laan) tekenden voor het ontwerp van de huidige gebouwen. Zij kozen voor een traditionalistische stijl, destijds aangeduid als de Oud-Hollandse stijl, die aansloot bij de historische context van de Leidse binnenstad.
Kenmerkend voor deze architectuur zijn de vier samenhangende bouwvolumes onder hoge, met pannen gedekte schilddaken met uitkragende daklijsten. De gevels zijn opgetrokken in roodbruine baksteen en zijn voorzien van witte houten schuifvensters met houten luiken. Boven de vensters en deuren zijn gemetselde bogen en rollagen aangebracht.
Boven de toegangspoort aan de Doezastraat bevindt zich een natuurstenen sluitsteen met een afbeelding van een duif. Deze duif is een directe verwijzing naar de oorspronkelijke gevelsteen van het pand aan de Breestraat en symboliseert de Heilige Geest. Aan de zijde van het Rapenburg, in de noordelijke vleugel, is een lagere travee met een brede en een smalle deur gesitueerd onder een rollaag. In het midden van de gevel aan deze zijde is tevens een herdenkingssteen ingemetseld. Deze plaquette vermeldt de belangrijkste jaartallen uit de geschiedenis van de instelling:
*"Hof van Cornelis Sprongh genaamd Heilige Geesthofje. Gesticht aan de Breestraat 1706-1712. Gebouwd alhier 1850-1852. Uitgebreid 1920. Herbouwd 1926."*
De erfafscheiding langs de Doezastraat en het Rapenburg bestaat uit een historisch ijzeren hekwerk met buisleuningen, rustend op natuurstenen koppen van korte, gemetselde pijlers. Op het binnenterrein bevindt zich een gemeenschappelijke tuin met een historische waterpomp, wat bijdraagt aan de ensemblewaarde van het rijksmonument.
Bezoekersinformatie
Het Heiligen Geest- of Cornelis Spronghof is gelegen aan de Doezastraat 1a in het centrum van Leiden. Het hofje is te voet bereikbaar vanaf het Centraal Station Leiden (circa 15 tot 20 minuten wandelen) of met het openbaar vervoer via diverse buslijnen die stoppen in de nabijheid van het Rapenburg en de Doezastraat. Parkeergelegenheid in de directe omgeving is beperkt en uitsluitend tegen betaling.
Omdat de woningen in het hofje nog altijd particulier bewoond worden, is het binnenterrein in de regel niet vrij toegankelijk voor het publiek om de rust en privacy van de bewoners te waarborgen. Bezoekers kunnen het complex vanaf de openbare weg (zowel vanaf de Doezastraat als vanaf het Rapenburg) goed bekijken. De karakteristieke buitengevels, de toegangspoort met de sluitsteen en de gedenkplaat op de zijgevel zijn vanaf de straatzijde volledig zichtbaar. Tijdens specifieke evenementen, zoals de jaarlijkse Open Monumentendag, stellen de beheerders soms de poorten open voor geïnteresseerden, waarbij het binnenterrein onder begeleiding of binnen vastgestelde tijden bezocht kan worden.
Leuke Weetjes
- De oorspronkelijke locatie van het hofje aan de Breestraat is tegenwoordig de plek waar de bekende Leidse studentensociëteit Minerva is gevestigd. De verhuizing van het hofje in het midden van de negentiende eeuw maakte de weg vrij voor deze latere herontwikkeling van de Breestraat.
- De verhuizing in 1850 naar de huidige locatie aan de Doezastraat was mogelijk omdat er na de verwoestende Leidse buskruitramp van 1807, waarbij een schip met 37.000 pond buskruit ontplofte, tientallen huizen waren vernietigd. Hierdoor ontstond een braakliggend terrein dat ruimte bood voor nieuwe projecten zoals dit hofje.
- Hoewel het hofje in de volksmond vaak het Heilige Geesthofje wordt genoemd, verwijst de naam niet naar de kerkelijke instelling de Heilige Geest (die in Leiden ook armenzorg bedreef), maar naar de afbeelding van de duif op de gevel van het oorspronkelijke woonhuis van de stichter Cornelis Sprongh.
- De architecten Jan en Leo van der Laan, die het hofje in de jaren twintig ontwierpen, behoorden tot een bekende architectenfamilie. Jan van der Laan was een belangrijke vertegenwoordiger van de Delftse School en heeft diverse gezichtsbepalende gebouwen in Leiden en omgeving ontworpen.